Info

Niet altijd is de keuze voor een procedure de beste. Behalve de voor de hand liggende factoren als kosten/baten analyse en proceskansen bekijken wij ook met u de minder voor de hand liggende zaken als verhaalsmogelijkheden en de lange termijn effecten van een procedure. Wat heeft u immers aan een vonnis dat niet te executeren blijkt? En soms biedt een op het eerste gezicht niet heel aantrekkelijke regeling op den duur toch doorslaggevend voordeel, bijvoorbeeld omdat de zakelijke relatie met de wederpartij kan worden hersteld. Al deze zaken worden met u besproken voordat een procedure wordt gestart.

De meeste procedures worden in onze praktijk gestart door het uitbrengen van een dagvaarding. De inhoud daarvan en de bij te voegen producties worden met u doorgenomen. Nadat de dagvaarding door de deurwaarder aan de andere partij is betekend, zorgen wij voor het aanbrengen van de zaak bij de rechtbank. De zaak komt daar 'op de rol' te staan, dat wil zeggen dat er een datum wordt vastgesteld voor de volgende proceshandeling, meestal de conclusie van antwoord van de wederpartij. De normale termijn voor dit soort handelingen is zes weken, maar vaak is nog een keer uitstel mogelijk. Voor u is van belang om te onthouden dat de procedure in deze fase geheel schriftelijk plaatsvindt. Op de zogenaamde 'rolzittingen' hoeft helemaal niemand te verschijnen.

Als u zelf door de andere partij bent gedagvaard, hoeft u geen beslissing meer te nemen over al dan niet procederen. Dat heeft uw wederpartij al voor u gedaan. In de dagvaarding wordt u uitgenodigd om op een bepaalde datum en tijdstip 'te verschijnen', maar dat moet u niet letterlijk nemen. De bedoeling is dat u op de genoemde datum schriftelijk aan de rechter heeft kenbaar gemaakt dat u verweer wilt voeren. Bij de kantonrechter kunt u dat eventueel zelf, bij de rechtbank heeft u daar altijd een advocaat voor nodig. Wij zorgen er voor dat wij ons voor u in de procedure stellen, en dat een termijn wordt verleend voor het indienen van de conclusie van antwoord. U moet ons dan wel tijdig in het bezit hebben gesteld van de dagvaarding, liefst niet op de laatste dag.

Laat u nadat u gedagvaard bent na zich bij de rechtbank te melden, dan wordt aan u 'verstek verleend' en volgt enkele weken later een verstekvonnis, waarin u doorgaans wordt veroordeeld om aan de andere partij te voldoen wat die gevorderd heeft. Tegen zo'n verstekvonnis kan op eenvoudige wijze alsnog worden opgekomen, door tijdig verzet in te stellen. Dat kan tot maximaal vier weken nadat u op de een of andere manier aan de andere partij kenbaar heeft gemaakt dat u met het vonnis bekend bent. Als het vonnis door de deurwaarder aan u in persoon is betekend, is de verzettermijn daarmee in gegaan, in andere gevallen gebeurt dat als u zich bijvoorbeeld telefonisch meldt bij de deurwaarder of de gemachtigde van de andere partij. Neem daarom altijd eerst en zo snel mogelijk contact op met ons als u een verstekvonnis op de deurmat aantreft. Wij kunnen u dan het beste helpen.

Nadat een schriftelijke ronde heeft plaatsgevonden (dagvaarding en conclusie van antwoord) zal de rechter in de meeste gevallen besluiten tot het houden van de zogenaamde comparitie na antwoord of comparitie van partijen. Dat is een relatief informele zitting in aanwezigheid van partijen en hun advocaten of gemachtigden, waarin de behandelend rechter vragen kan stellen en waarin standpunten mondeling nader toe kunnen worden gelicht. Tijdens de comparitie zal de rechter vrijwel altijd een poging wagen om te kijken of er misschien alsnog een regeling mogelijk is. Daartoe worden partijen dan 'de gang op gestuurd'. Tenslotte worden, aan het eind van de comparitie, afspraken gemaakt over de verdere gang van zaken in de procedure. Meestal wordt er na de comparitie vonnis gewezen, dat ook een tussenvonnis kan zijn. In uitzonderingsgevallen besluit de rechtbank dat een tweede schriftelijke ronde nodig is, waarin eerst de eisende partij een conclusie kan nemen (repliek), waarop vervolgens de gedaagde partij mag reageren (dupliek).

In sommige gevallen besluit de rechtbank de ene of de andere partij in de gelegenheid te stellen om stellingen te bewijzen, bijvoorbeeld door het horen van getuigen. Dan wordt er in overleg een nieuwe datum bepaald voor het getuigenverhoor, ook wel enquéte genoemd, en worden de getuigen tegen die datum opgeroepen om ter zitting vragen van de rechtbank of van partijen te beantwoorden. Zo'n enquéte is altijd een tijdrovende en dus kostbare aangelegenheid.

In andere gevallen kan de rechtbank tot de conclusie komen dat er tussen de standpunten van partijen over een (meestal technisch) feit zoveel verschil van mening bestaat, dat er een deskundige moet worden benoemd die daar onderzoek naar doet en daarover een rapport uitbrengt. Partijen kunnen een deskundige voorstellen, maar de rechtbank kan er ook zelf een uitkiezen. Ook een dergelijk deskundigenonderzoek is niet alleen kostbaar, maar vooral ook tijdrovend.

Nadat alle proceshandelingen zijn verricht gaat de zaak 'naar de rol voor vonnis'. Door de drukte bij de rechtbanken is het eerder regel dan uitzondering dat de datum waarop vonnis zou moeten worden gewezen enkele keren wordt uitgesteld. In het eindvonnis worden de vorderingen van de eisende partij geheel of gedeeltelijk toe- of afgewezen en daarmee is de procedure ten einde. Wij zullen een eindvonnis altijd zo snel mogelijk aan u toesturen, en vervolgens bij eerste gelegenheid met u bespreken, ook als het een tegenvallende uitspraak is. Houdt er echter wel rekening mee dat het na de datum waarop het vonnis is gewezen een dag of twee kan duren voordat wij het in bezit hebben. Rechtbanken versturen vonnissen (nog) niet per e-mail.

Het vonnis bevat in de regel ook een uitspraak over wie van beide partijen in de proceskosten wordt veroordeeld. Anders dan veel mensen denken is zo'n proceskostenveroordeling niet kosten dekkend, dat wil zeggen dat de advocaatkosten van de winnende partij slechts ten dele door de verliezende partij worden vergoed. De rechtbank bepaalt de proceskostenveroordeling volgens het zogenaamde liquidatietarief; de hoogte hangt af van de inzet (het belang) van de zaak en het aantal verrichte proceshandelingen. Door de winnende partij betaalde griffierechten en deurwaarderskosten worden wel integraal voor rekening van de verliezende partij gebracht.

Een eindvonnis waarin een partij is veroordeeld tot een prestatie levert een executoriale titel op. Dat wil zeggen dat als de veroordeelde partij niet vrijwillige aan het vonnis voldoet, de prestatie door de deurwaarder kan worden afgedwongen. Daartoe moet het vonnis wel eerst aan de verliezende partij worden betekend. Het vonnis kan vervolgens door de deurwaarder ten uitvoer worden gelegd. Op een klein bedrag aan dossierkosten na, komen de kosten van de executie ten laste van de veroordeelde partij.

Verliest u de procedure, dan moet u er rekening mee houden dat de wederpartij op korte termijn de veroordeling zal willen afdwingen. Om verder oplopen van de kosten te voorkomen, is haast geboden. Alleen in uitzonderingsgevallen kan met de executerende partij een betalingsregeling worden getroffen.

Bent u het niet eens met het vonnis van de rechtbank, dan bestaat in de meeste gevallen de mogelijkheid om dat vonnis door een hogere rechtbank, het gerechtshof, te laten toetsen. Dat is in feite een nieuwe procedure, waarin ook argumenten naar voren kunnen worden gebracht die in eerste instantie zijn 'vergeten'. Wij bespreken graag met u de mogelijkheid van hoger beroep, ook als u de procedure bij de rechtbank zelf heeft gevoerd of met een andere advocaat. U moet wel rekening houden met de appeltermijn van drie maanden. Heeft u die termijn laten verlopen, dan is hoger beroep niet meer mogelijk.

Een kort geding gaat heel wat sneller dan een bodemprocedure. Na het opstellen van de dagvaarding wordt direct bij de rechtbank een datum aangevraagd voor de mondelinge behandeling, die binnen een week of vier zal plaatsvinden, maar als dat nodig is (veel) sneller. Pas nadat de datum is bepaald, wordt de andere partij gedagvaard. De snelheid kan een belangrijk voordeel zijn, maar u moet er wel rekening mee houden dat veel zaken zich niet lenen voor behandeling in kort geding, onder meer als het om een feitelijk ingewikkelde zaak gaat. Ook een geldvordering kan in kort geding meestal niet worden behandeld, althans niet in zijn geheel.

Omdat een kort geding per definitie spoedeisend is, is het belangrijk dat u zo snel mogelijk contact met ons opneemt.

Ook indien u verzekerd bent voor de kosten van rechtsbijstand kunnen wij u in veel gevallen helpen. Rechtsbijstandsverzekeraars zijn namelijk gehouden uw verzoek om behandeling van uw zaak door een gespecialiseerde advocaat van uw voorkeur te honoreren. U dient in dergelijke gevallen de zaak wel eerst (ook) bij uw rechtsbijstandsverzekeraar aan te melden, en daarbij direct aan te geven dat het om een kwestie gaat voor de behandeling waarvan naar uw mening gespecialiseerde (rechts)kennis vereist is en dat u voor die behandeling Scheepsrecht Advocaten wenst in te schakelen. Uw rechtsbijstandsverzekeraar is gehouden gehoor te geven aan uw voorkeur, en zal vervolgens met ons in overleg treden over de financiële consequenties.

Is uw inkomen/vermogen minder dan € 25.800* (bij samenwonenden / gehuwden gezamenlijk € 36.400*), dan kunt u voor een zogenaamde toevoeging door de Raad voor Rechtsbijstand in aanmerking komen. Ons kantoor zal in dat geval de aanvraag voor u in orde maken. Wordt aan u definitief een toevoeging verleend, dan bent u aan advocaatkosten niet meer verschuldigd dan de eigen bijdrage die afhankelijk van uw inkomen ligt tussen de € 196,00* en € 823,00*. Wat betreft griffierecht komt u dan in aanmerking voor een verlaagd tarief.

Uw zaak wordt door ons op gelijke wijze behandeld als die van een betalende cliënt, met dien verstande dat wij in voorkomende gevallen een limiet kunnen stellen aan het aantal contacturen. U dient er echter wel rekening mee te houden dat u ook als u op basis van gesubsidieerde rechtshulp procedeert in de proceskosten aan de zijde van de andere partij kunt worden veroordeeld. Een en ander zal door ons bij het aannemen van de zaak met u worden besproken.

Zie voor meer informatie over toevoegingen

Voor het starten van een civiele procedure bij de rechtbank is griffierecht verschuldigd. In een zaak bij de kantonrechter betaalt alléén de eiser griffierecht, bij een niet-kantonrechters zaak betalen beide partijengriffierecht.

De hoogte van het griffierecht is bepaald in de Wet griffierechten burgerlijke zaken. Voor kantonzaken gelden andere tarieven dan voor rechtbankzaken, zie overzicht hieronder*.

Zie voor de hoogte van griffierechten

* alle genoemde bedragen zijn die van voorjaar 2015.